06 51336133 | info@debooij.org | Kolhorn

Omdat Ilse een potje boos is

Over regels en de kosten

Ilse Raasing pakt uit in haar Column in het blad Management Kinderopvang 2018-1 . Ilse is boos. Erg boos. Zij uit zich op Facebook en op Twitter Uit eigen ervaring weet ik hoe gevoelig kritiek uiten op de regel- en handhavingscultuur ligt. Net als Ilse loop ik al een tijdje mee in de wereld van de Kinderopvang ( inclusief het Peuterspeelzaalwerk) Vanaf 1974 om precies te zijn.
De overheveling van de kinderopvang van de lokale bestuurders naar het Rijk was een belangrijk omslagmoment.  De elkaar opvolgende werkgeversorganisaties gingen voorop in het pleidooi voor meer regels. Want de “beunhazen” moesten aangepakt worden. Vanwege de veiligheid van de kinderen. Wat dan wel toevallig wel samenviel met bestrijding van oneerlijke concurrentie. De kwalitatief goeden moesten lijden onder de kwaden. De overheid moest ingrijpen! Ik twijfelde toen en nu niet aan de positieve intenties. Maar blij was ik er niet mee. Ik geloofde erg in zelfregulering. Dat kwaliteit vanzelf wel zou overwinnen.

Tot december 2012. De “zedenzaak” die de bodem wegsloeg onder elk pleidooi voor zelfregulering in de kinderopvang. Tot de dag van vandaag is het “not-done” om iets kritisch te zeggen over de regels voor de kinderopvang en het onvermijdelijke daarbij behorende toezicht. In het beste geval krijg je het verwijt dat de kwaliteit van de kinderopvang bij jou niet in goede handen is. Of je krijgt te horen dat je kennelijk niets geleerd hebt van het recente verleden. Let wel. Ik was in die tijd directeur-bestuurder van Partou en samen met Hannie Mooijman in opdracht van de gemeente verantwoordelijk voor de tijdelijke continuïteit en kwaliteit van de opvang bij het Hofnarretje.

Begrijpelijk dat de discussie zich tegenwoordig – vrijwel uitsluitend – richt op de gevolgen van alle regels voor de bedrijfskosten. Die als ik het goed begrijp van Ilse,  alleen nog te dragen zijn als je het ten koste laat gaan van het personeel. Maar daarmee jaag je je personeel weg. Of de uurprijs moet ver boven het fiscaal maximum. Maar daarmee prijs je jezelf bij ouders uit de markt. En maak je, mijn eigen stokpaardje, de kinderopvang opnieuw onbetaalbaar voor de ouders met weinig geld.

Onze eigen kinderen gingen in 1980 – 1984 naar het enige Kinderdagverblijf in Alkmaar. We betaalden een schappelijke, inkomensafhankelijke, eigen bijdrage. Er waren amper regels. Er waren altijd twee leidsters. Ook al was de helft van de groep al vertrokken. We waren zeer tevreden over de vaste leidsters. Zij waren zo gelukkig met hun werk dat ons oudste kind met zijn vriendje een heel weekend bij de leidsters thuis mochten logeren. Zodat wij, arme ouders, even een time-out hadden. Wie dat nu als leidster doet wordt ontslagen! De toenmalige directeur vertrouwde mij toe hoe de jaarafrekening met de gemeente ging. “Als er een overschot is moeten we dat terugbetalen. Als er een tekort is legt de gemeente dat bij. Dus je snapt het wel….”

Mijn voormalige baas Pico Kuiper verweet mij met enige regelmaat, als ik weer eens tegen de “vooruitgang” was , dat ik alleen maar terug wilde naar  vroeger. “Vroegâh was alles beteâhr” Maar zo is dat niet.
Maar ik zou de kinderopvangondernemers  en de beleidsmakers willen vragen om alle regels met bijbehorende toetsingsmiddelen na te lopen met de volgende vraag” Wat gebeurt er als we deze regel schrappen? En hoe erg is dat? Voor Wie?

Blijkt dan dat geen enkele regel, gezien de gevolgen, geschrapt kan worden? Dan zal de prijs aangepast moeten worden aan de dan beargumenteerd onontkoombaar noodzakelijke kosten.

 

Meer professionaliteit is niet altijd meer kwaliteit!

 

 

Overprofessionalisering doet volgens een vader met ervaring in de kinderopvang soms ook afbreuk aan de kwaliteit die je als ouder wenst.

Dat zit hem soms in kleine dingen. Zoals het lekkere waterijsje of Danoontje op een warme zomerdag. Voor het kind een lekkere verrassing maar voor de professionele medewerkster strijdig met het voedingsbeleid. Als je pech hebt komt er op het moment van ijsjes eten inspectie en dan heb je zomaar een onvoldoende te pakken. Want je doet iets wat strijdig is met je eigen pedagogisch beleidsplan. Voor de betrokken medewerkster kan dat zelfs een aantekening in het dossier opleveren. Flauw voorbeeld? Dan toch ook een veel serieuzere. Een baby overlijdt op het kinderdagverblijf. Een drama voor de ouders. Een ouder meldt daarover: ” We zijn getuige geweest van het overlijden van een baby op het KdV. De inzet van de professional was extreem voorbeeldig. Een inzet die je als ouder wenst voor je eigen kind. De reactie van de overheid was typisch voor overgeprofessionaliseerde omgevingen. Niet de inzet maar de uitkomst werd leidend met een overdaad aan extreme regeldruk.”

Maar er zijn ook voorbeelden van te weinig professionaliteit. Deze ouders hebben hun kind van de KdV gehaald vanwege een overdaad aan stagiaires, weinig toezicht van een verantwoordelijke leidinggevende en weinig interactie. Het hoge gehalte van stagiaires in de KdV ziet de ouder als waarschijnlijk het grootse euvel van dit moment. Samen met de angst voor langlopende arbeidscontracten. De bij de beheersmanagers zo geliefde “flexibele schil” Het levert instabiele omgevingen op. Waarin een heldere gezagsstructuur ontbreekt. Gevolg is dan het duiken bij een klacht van een ouder. Stagaires en korte dienstverband medewerkers zijn vaak ook onvoldoende gemandateerd om bij deze situaties op te treden. Het paradoxale is dat juist daardoor een kleine klacht al snel een groot probleem wordt. “Een kind dat gevallen is, op zich niet raar bij een drie jarige, wordt zo een procedure tussen ouder en organisatie”De mate waarin je als kinderopvangaanbieder (of school) open staat voor de mening van ouders en oprechte belangstelling hebt voor de hun meningen en verwachtingen is ook een element van kwaliteit. En dan hebben we het niet over de periodieke tevredenheidsmetingen. Een moeder reageerde op mijn oproep met de hartekreet:”Met liefde doe ik mee. Als ouder van twee kinderen onder de 10, heb je nauwelijks ergens inspraak, wordt er sporadisch naar je ervaring en mening gevraagd over opvang en school”

De kwaliteitsverwachtingen van deze moeder vind ik eerlijk gezegd erg bescheiden: 1) de professionals zich verantwoordelijk voelen en daarop aan te spreken zijn (en ouders moeten ook leren hoe ze dat kunnen doen). 2) de kinderen er veilig zijn en zich veilig voelen 3) kinderen met plezier gaan. Ik vraag ouders om concrete voorbeelden te geven van kwaliteit en van “niet-kwaliteit”. Wat telkens weer opvalt dat de tevredenheid of de onvrede van ouders niet zit in wat er gebeurd is maar in hoe er omgegaan wordt met wat er gebeurd is. Uit de voorbeelden komt ook een beeld naar voren van kwetsbare pedagogisch medewerkers. Die soms grote moeite hebben met kritische vragen van ouders en dat vrijwel direct vertalen in persoonlijke kritiek en verwijten. En de standaardreactie is dan: “in de verdediging” Waar de ouder begrijpelijk weer grote moeite mee heeft. Ik hoop van harte dat meer ouders de tijd willen nemen om hun ervaringen en meningen over kwaliteit in de kinderopvang met mij te delen. Nog mooier wordt het als ook pedagogisch medewerkers dat willen doen. Gegarandeerd anoniem. Niet via de site? Geen probleem. Stuur een mailtje naar kwaliteitkinderopvang@debooij.org en laat me weten wat voor jou kwaliteit is en waar je tegenop loopt als je die kwaliteit probeert te realiseren.